Tagarchief: netwerken

De wet van behoud

Verschillende aanleidingen

  1.  Wereldwijd onbehagen
  2. Toffler, verandering
  3.  Techniek drie lijnen: comfort, militair gericht op verdediging en macht, communicatie
  4.  Geschiedschrijving van veel disciplines zonder techniek, bijv. economie, filosofie. Maar ook de algemene geschiedenis. Hierop enkele opmerkelijke uitzonderingen: de agrarische revolutie, en de industriële revolutie. Men moet al bijzondere belangstelling hebben voor veranderingen om hier verder op in te gaan. Bijv. Metabletica. Maar metabletica lijkt niet veel vervolg te hebben gehad.
  5. Geschiedschrijving gaat tot dusver over koningen, veldheren, pausen, priesters. Het leven van de gewone man is nog niet zolang geleden interessant geworden, met vragen als: hoe leefden mensen eigenlijk in een bepaalde periode. Een goede bron is dan dat wat mensen afdankten. En dus vormen afval of mest een goed onderzoek terrein.
  6. Wat gebeurt na het einde van een beschaving? Om daar een beeld van te krijgen zou men eigenlijk  literatuur uit die periode moeten bekijken. En daarvan is de geschiedenis van het Franken een aardig voorbeeld. In dit boek schildert Gregorius van Tours zijn ervaringen als bisschop tijdens de roerige periode nadat Clovis is overleden. En dan blijkt dat er wel voortdurend strijd is tussen de verschillende koningen maar blijkbaar gaat het dagelijks leven in de diverse steden gewoon verder als altijd. Men kan zich realiseren dat menselijke groepen en gemeenschappen geen koning nodig hebben om zich te organiseren. Gemeenschappen organiseren zich zelf. In de huidige maatschappij kunne we natuurlijk ook de vraag stellen: wie zorgt er eigenlijk dat er voldoende bakkers, slagers, etc. zijn. Het antwoord is dat doen ze zelf. Dit verschijnsel dat ik even zelforganisatie noem vindt men in de wereld overal terug. Zelforganisatie is de belangrijkste factor die gemeenschappen structuur geeft. Waarom gebruiken we de indeling in uren, dagen en jaren afkomstig van Mesopotamië, als de Grieken uitvinders zijn van de beschaving?
  7. Zelforganisatie vinden we ook in organisaties terug. In de jaren 1960 sprak men wel van informele organisatie. En de leidende gedachte was dat de formele en de informele organisatie zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht moesten worden. Een belangrijk onderwerp in de organisatiekunde was de informele organisatie. De gedachte was toen dat formele en informele organisatie zo dicht mogelijk bij elkaar moesten liggen. Dat was niet altijd rationeel. Een klein voorbeeld: Bij de gemeente werd een nieuw systeem van voortgangscontrole geïntroduceerd. Als regel werd gehanteerd dat brieven van burgers binnen zes weken moesten zijn behandeld. Na verloop van slechts korte tijd bleek dat de afdeling vergunning verlening een groeiende achterstand had. Bij navraag zei de chef van de afdeling: ja, wij weten dat de wet met regels rond deze vergunningen wordt gewijzigd. Het leek ons wijs met het verlenen van deze vergunningen (het ging om nieuwe richtlijnen voor de horeca) te wachten tot de nieuwe wet van kracht is om te voorkomen dat alle horeca ondernemingen twee keer een aanvraag moeten indienen.
  8. Hoe sterk de informele organisatie is blijkt op caricaturale wijze bij Dad’s Army, etc. en ook bij Wodehouse.
  9. In vele gevallen wordt een beschaving gekoppeld aan een bepaald land. Zo spreken we van een Griekse of een Perzische beschaving. Dat blijkt wat lastig als men praat over de westerse beschaving. Want aan welk land wordt de westerse beschaving gekoppeld? Mijns inziens moet men een beschaving koppelen aan een netwerk van min of meer autonome knooppunten. Als men dat doet valt de westerse beschaving te koppelen aan het netwerk van plaatsen rond de Noordzee en de Oostzee en daarop aansluitende grote rivieren. Dat netwerk kan men typeren als een open netwerk. Dat in tegen stelling tot het gesloten netwerk van knooppunten in China. Door het gesloten karakter van dit netwerk kon het beheerst worden vanuit een centraal punt. Zo’n centraal punt is er niet voor de westerse beschaving. Machthebbers konden daardoor geen doorslag gevende invloed hebben op de ontwikkeling van de beschaving.  In dat opzicht heeft de westerse beschaving veel gemeen met de Griekse die in feite was gebaseerd op het open netwerk van Middellandse Zee havens. Tot de Middellandse havens behoorde ook Marseille. Dat maakte dat Zuid-Frankrijk gekoppeld was aan de Mediterrane beschaving. Vanaf Karel de Grote heeft Frankrijk gepoogd ook aan te koppelen bij het Noordzee netwerk. In de huidige tijd vindt die aansluiting plaats dankzij de havens Le Havre en Duinkerken en het belangrijke Lille.